ECLI:NL:GHSGR:2002:AF2541
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Gerretsen-Visser
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering kinderalimentatie wegens niet-erkende buitenlandse vaderschapsovereenkomst
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van haar verzoek tot kinderalimentatie door de rechtbank. Zij vordert dat de man, die het kind niet heeft erkend, alimentatie betaalt vanaf 1997. Het geschil draait om de erkenning van een Zweeds vonnis waarin de man als verwekker van het kind is vastgesteld.
Het hof onderzoekt of het Zweedse vonnis in Nederland erkend kan worden. Omdat er geen verdrag tussen Nederland en Zweden bestaat, moet het vonnis voldoen aan de Nederlandse eisen van een behoorlijk proces, waaronder een juiste oproeping van de gedaagde.
Het hof oordeelt dat de man niet formeel op de hoogte is gesteld van de procedure in Zweden en dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden. De procedure in Zweden biedt onvoldoende waarborgen volgens Nederlandse maatstaven. Daarom wordt het vonnis niet erkend en blijft de afwijzing van de alimentatieverplichting in stand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot kinderalimentatie omdat het buitenlandse vaderschapsvonnis niet erkend wordt.