ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8592
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Pannekoek-Dubois
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake alimentatieverplichtingen na echtscheiding en samenwoning
De zaak betreft een hoger beroep over alimentatieverplichtingen na de echtscheiding van partijen in 1996. De vader verzoekt de kinderalimentatie voor de dochter te verlagen tot nihil en stelt dat zijn alimentatieplicht jegens de moeder is geëindigd vanwege haar samenwoning met een ander als waren zij gehuwd. De moeder betwist dit en verzoekt een bijdrage in haar levensonderhoud.
Het hof beoordeelt eerst of de moeder heeft samengewoond als waren zij gehuwd in de zin van art. 1:160 BW Pro. Op basis van getuigenverklaringen, bevolkingsregister en correspondentie met de gemeente concludeert het hof dat de vader niet heeft bewezen dat sprake is van een dergelijke samenleving. Hierdoor wordt de verklaring voor recht dat de alimentatieplicht jegens de moeder is geëindigd vernietigd.
Vervolgens beoordeelt het hof de draagkracht van de vader. Ondanks de door de vader aangevoerde bedrijfsschade en gewijzigde bedrijfsvoering, acht het hof de draagkracht gebaseerd op een gemiddeld bedrijfsresultaat redelijk. De alimentatie voor de dochter wordt vastgesteld op 300 gulden per maand vanaf 13 maart 2000, terwijl de alimentatie voor de moeder op nihil wordt gesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De partneralimentatieplicht van de vader wordt niet beëindigd; kinderalimentatie voor de dochter blijft 300 gulden per maand vanaf 13 maart 2000.