ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8558
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- de Bruijn-Lückers
- Kok
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Afwijzing adoptieverzoek stiefvader wegens tegenspraak biologische vader
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft op 21 augustus 2002 het hoger beroep behandeld van de stiefvader en de moeder tegen de afwijzing van hun adoptieverzoek van het kind geboren in 1984 uit het huwelijk van de moeder en de biologische vader. De rechtbank Rotterdam had het verzoek reeds afgewezen omdat de biologische vader tegenspraak had gemaakt.
Het hof overwoog dat adoptie alleen kan worden toegewezen indien het in het kennelijk belang van het kind is en vaststaat dat het kind niets meer van de biologische ouder te verwachten heeft. Daarnaast mag aan de tegenspraak van de ouder alleen voorbij worden gegaan onder strikte voorwaarden, zoals misbruik van gezag of verwaarlozing.
Uit de stukken bleek dat het kind tot 1992 in gezinsverband met de vader heeft samengeleefd en daarna nog tot 1995 omgang met hem had, die door de moeder eenzijdig werd afgebroken. De vader wilde de afstammingsband behouden en contact met het kind. Het hof oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat het kind niets meer van de vader te verwachten had en dat er geen sprake was van misbruik van bevoegdheid door de vader.
Daarom werd het adoptieverzoek afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd. De belangen van het kind en de vader werden in dit oordeel meegewogen, waarbij het onomkeerbare karakter van adoptie en het doorsnijden van de juridische banden met de biologische vader centraal stonden.
Uitkomst: Het hof wijst het adoptieverzoek af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.