ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8523
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- De Bruijn-Lückers
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Toekenning van partneralimentatie na echtscheiding met overgangsperiode
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin haar verzoek tot partneralimentatie was afgewezen. De vrouw stelde behoefte te hebben aan aanvullende alimentatie, gebaseerd op haar inkomen, lasten en de welstand tijdens het huwelijk. Het hof heeft vastgesteld dat de welstand tijdens het huwelijk aanzienlijk was en dat de vrouw gedurende een overgangsperiode behoefte heeft aan een aanvullende bijdrage van de man.
Het hof heeft de behoefte van de vrouw vastgesteld op €7.600,- per maand, waarbij rekening is gehouden met haar netto inkomen van €6.367,-. De aanvullende behoefte is daardoor gesteld op €2.000,- bruto per maand voor het eerste jaar, en €1.000,- bruto per maand voor de daaropvolgende twee jaar. Het hof heeft enkele door de vrouw opgevoerde kostenposten als bovenmatig beoordeeld en deze aangepast.
De man voerde aan dat de draagkracht van de vrouw groter is dan opgegeven en betwistte diverse kostenposten die de vrouw opvoerde. Het hof heeft de draagkracht van de man in deze zaak niet betrokken bij de behoeftebepaling. De beschikking is vernietigd voor zover het de alimentatie voor de vrouw betreft en opnieuw vastgesteld met de genoemde bedragen en termijnen.
De alimentatie wordt toegekend met ingang van de inschrijving van de echtscheiding op 3 juli 2001 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof kent de vrouw partneralimentatie toe voor drie jaar met een afbouwschema, waarna de alimentatie vervalt.