ECLI:NL:GHSGR:2002:AE7007
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Pannekoek-Dubois
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige in AWBZ-voorziening na weigering vader
De minderjarige, geboren in 1998, is na diverse mislukte plaatsingen in pleeggezinnen en een gezin van vrienden van de tante, opgenomen in het RMPI, een AWBZ-voorziening voor kinder- en jeugdpsychiatrie. De vader, die geen gezag heeft, is in hoger beroep gekomen tegen de machtiging tot uithuisplaatsing en verzocht om plaatsing bij hem of bij de grootouders van moederszijde met ambulante hulp.
Het hof oordeelt dat de uithuisplaatsing in het RMPI noodzakelijk is vanwege de ernstige traumatisering en het psychiatrische hulpbehoefte van de minderjarige. De plaatsing in een dagbehandeling of bij de grootouders wordt afgewezen vanwege de onrust en strijd binnen de familie, die schadelijk zou zijn voor het kind. De vader wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek omdat hij geen gezag heeft en geen rechtstreeks belang bij de machtiging.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en vult deze aan door de eerdere machtiging tot plaatsing in een pleegzorgvoorziening als ingetrokken te beschouwen, om conflicterende machtigingen te voorkomen. De beslissing is genomen met het oog op het belang van de minderjarige en de noodzaak van een goede diagnose en behandeling in een rustige omgeving.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing in het RMPI en verklaart de vader niet ontvankelijk in zijn verzoek tot plaatsing bij hem of de grootouders.