ECLI:NL:GHSGR:2002:AE5792
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Labohm
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gezag, omgangsregeling en alimentatie na echtscheiding met verblijf kinderen in Duitsland
De vrouw en man, gehuwd sinds 1987, zijn in hoger beroep gekomen na een beschikking van de rechtbank over hun echtscheiding en nevenverzoeken. De kinderen, geboren in 1988, 1990 en 1997, verblijven met toestemming van de man bij de vrouw in Duitsland. De vrouw verzocht het gezag exclusief aan haar toe te wijzen, een omgangsregeling vast te stellen, en alimentatie voor de kinderen en zichzelf te bepalen.
Partijen bereikten overeenstemming over het gezag, de omgang en alimentatie. Het hof beoordeelde de rechtsmacht van de Nederlandse rechter aan de hand van het EEX-verdrag, Brussel II-verordening en het Haags Alimentatieverdrag. Het hof oordeelde dat Nederlands recht van toepassing is op de alimentatie en gezagskwesties.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze het gezag, de omgang en alimentatie betrof. Het stelde vast dat de kinderen hun gewone verblijfplaats bij de vrouw in Duitsland hebben, dat het gezag gezamenlijk blijft, en dat de man een omgangsregeling krijgt van één weekend per maand en de helft van de schoolvakanties. De kinderalimentatie werd vastgesteld op ƒ 750,- (€ 340,34) per maand voor de drie kinderen gezamenlijk en de partneralimentatie op ƒ 400,- (€ 181,51) per maand.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hof wees overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof stelde het gezag gezamenlijk vast, bepaalde de verblijfplaats van de kinderen bij de vrouw, legde een omgangsregeling voor de man vast en stelde kinderalimentatie en partneralimentatie vast volgens Nederlands recht.