ECLI:NL:GHSGR:2002:AE5316
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Vrij
- Looten
- Mendlik
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt weigering Staat tot medewerking aan buitengerechtelijke schuldsanering boeteschulden
In deze zaak stond centraal de vraag of de Staat, vertegenwoordigd door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), gehouden is tot aanvaarding van een minnelijke schuldsaneringsregeling voor verkeersboetes opgelegd aan appellant. Appellant had een voorstel tot buitengerechtelijke schuldsanering gedaan, dat door de Staat op 2 mei 2001 was afgewezen. De rechtbank had dit oordeel bevestigd en het hoger beroep richtte zich tegen deze beslissing.
Het hof overwoog dat een schuldeiser in beginsel aanspraak heeft op volledige betaling en niet verplicht is mee te werken aan een regeling waarbij slechts gedeeltelijke betaling plaatsvindt, tenzij sprake is van misbruik van recht, onrechtmatige daad of strijd met redelijkheid en billijkheid. De Staat werd niet als een gewone schuldeiser gezien, maar als een instantie die boetes executief moet innen op grond van de Wet Administratieve Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV).
De WAHV laat geen ruimte voor kwijtschelding van boetes en beperkt zelfs de mogelijkheden voor uitstel of betalingsregelingen, vanwege het punitieve karakter van de sancties. Appellant voerde als enige reden voor zijn voorkeur voor buitengerechtelijke schuldsanering het bezwaar aan dat bij toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) bekend zou worden dat hij in een schuldsaneringssituatie verkeert. Het hof vond deze reden onvoldoende om de Staat te dwingen af te zien van zijn aanspraken.
Het hof concludeerde dat de Staat niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel had gehandeld en verwierp de overige niet nader toegelichte bezwaren. Het bestreden vonnis werd bekrachtigd en de kosten van het hoger beroep werden aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de Staat niet verplicht is mee te werken aan de buitengerechtelijke schuldsanering van verkeersboetes en wijst de vordering van appellant af.