ECLI:NL:GHSGR:2002:AE5129
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Dusamos
- Zeven-Postma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verblijfplaats oudste zoon bij vader en onbevoegdverklaring rechter inzake verblijfplaats andere kinderen
In deze familiezaken tussen de moeder en vader van drie minderjarige kinderen heeft het hof het hoger beroep behandeld over de verblijfplaats van de kinderen. De moeder wilde dat de oudste zoon bij haar zou verblijven, terwijl de vader dit betwistte. Het hof oordeelde dat er geen ingrijpende wijzigingen in de opvoedingssituatie waren die een wijziging van verblijfplaats rechtvaardigden en bevestigde dat de oudste zoon bij de vader blijft wonen.
Daarnaast behandelde het hof het incidenteel appel van de vader over de verblijfplaats van de dochter en jongste zoon. Deze kinderen wonen sinds 1998 bij de moeder in België. Het hof stelde vast dat de Nederlandse rechter niet langer bevoegd is vanwege het langdurige verblijf in België en de afwezigheid van terugkeerplannen, waardoor de rechtbank zich terecht onbevoegd verklaarde.
Het hof wees het verzoek van de moeder af om te oordelen dat er geen eerlijk proces was, omdat haar raadsman tijdens het hoger beroep wel toegang had. Het hof benadrukte het belang van rust en respect tussen de ouders in het belang van de kinderen en beval bemiddeling aan om communicatie en vertrouwen te verbeteren.
Uitkomst: De verblijfplaats van de oudste zoon blijft bij de vader en de Nederlandse rechter is onbevoegd voor de verblijfplaats van de andere kinderen in België.