ECLI:NL:GHSGR:2002:AE3759
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- de Bruijn-Lückers
- Dusamos
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieplicht wegens samenwonen als waren zij gehuwd
De man verzocht bij de rechtbank om de alimentatieplicht jegens de vrouw te beëindigen op grond van gewijzigde omstandigheden, met name dat de vrouw vanaf 1 maart 1999 samenwoonde met een derde als waren zij gehuwd. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man in hoger beroep ging.
Tijdens de behandeling kwam naar voren dat de vrouw en de heer Y vanaf begin 1999 een duurzame, affectieve relatie hadden en een gezamenlijke huishouding voerden. Dit werd onder meer bevestigd door getuigenverklaringen en observaties van de man. De vrouw had aanvankelijk tegenstrijdige verklaringen gegeven over de duur en aard van de relatie, maar het hof achtte de verklaringen van de heer Y en de man overtuigend.
Het hof oordeelde dat aan de cumulatieve vereisten van artikel 1:160 BW Pro was voldaan: samenwonen, gemeenschappelijke huishouding, wederzijdse verzorging en een duurzame affectieve relatie. Hierdoor eindigde de alimentatieplicht van de man per 1 maart 1999 van rechtswege. Omdat aannemelijk was dat de vrouw het eventueel teveel betaalde alimentatiebedrag voor haar levensonderhoud had gebruikt, werd geen terugbetalingsverplichting opgelegd.
Uitkomst: De alimentatieplicht van de man jegens de vrouw eindigt per 1 maart 1999; terugbetaling van betaalde alimentatie wordt niet opgelegd.