ECLI:NL:GHSGR:2002:AE3756
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Duindam
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid verzoek echtscheiding en gezagsregeling
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin zij niet ontvankelijk werd verklaard in haar verzoek tot echtscheiding en gezagsregeling over de minderjarige kinderen. De rechtbank had dit besluit genomen omdat het verzoekschrift aanvankelijk niet compleet was en het betekeningsexploit niet binnen de gestelde termijn was overgelegd.
Na ontvangst van een herstelverzuimbrief van de rechtbank heeft de vrouw het verzoekschrift aangepast en opnieuw ingediend, maar zij heeft nagelaten het betekeningsexploit binnen de door de rechtbank gestelde termijn te overleggen. De vrouw stelde dat de termijn pas moest gaan lopen vanaf de aankondiging van de rechtbank na het aangepaste verzoek, maar kon dit niet aantonen volgens artikel 816 lid 1 Rv Pro.
Het hof oordeelt dat de rechtbank de procesregels uit het procesreglement scheidingsprocedure terecht en niet onredelijk heeft toegepast. De vrouw is daarom terecht niet ontvankelijk verklaard en het hof bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot echtscheiding wegens het niet tijdig overleggen van het betekeningsexploit.