ECLI:NL:GHSGR:2002:AE3612
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Kok
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Waarde vaststelling woning in onbewoonde staat na verhuur zonder instemming
In deze civiele zaak tussen de man en de vrouw, voormalige partners, staat de waardering van een woning centraal. De man stelt dat de woning in verhuurde staat moet worden gewaardeerd, terwijl de vrouw vindt dat dit in onbewoonde staat moet gebeuren. Het hof oordeelt dat vanwege het feit dat de man de woning zonder instemming van de vrouw heeft verhuurd, de redelijkheid vereist dat de woning in onbewoonde staat wordt gewaardeerd.
Partijen zijn het eens over het inschakelen van één deskundige voor de taxatie van de woning aan de [P.G.] te Den Haag. Omdat partijen geen overeenstemming bereiken over de benoeming van de deskundige, benoemt het hof de heer [M.], beëdigd taxateur onroerende zaken, gevestigd te 's Gravenhage.
Het hof bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden niet mag aanvangen voordat partijen het door hem vast te stellen voorschot hebben betaald en dat de kosten door beide partijen gelijkelijk gedragen worden. Het deskundigenbericht moet gemotiveerd zijn, ondertekend en vergezeld van relevante bescheiden. Partijen krijgen de gelegenheid om zich na ontvangst van het rapport schriftelijk uit te laten. De zaak wordt verwezen naar de rol van 20 juni 2002 voor verdere procedure. Tussentijdse cassatie wordt uitgesloten en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De woning wordt gewaardeerd in onbewoonde staat per datum arrest 2001 en een deskundige wordt benoemd voor taxatie met kostenverdeling tussen partijen.