ECLI:NL:GHSGR:2002:AE3556
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Pannekoek-Dubois
- van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vader in hoger beroep tegen verlenging uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kind, die sinds oktober 2000 bij pleegouders verblijft. De vader had tevens een procedure lopen bij de kantonrechter om het gezag over het kind te verkrijgen.
Het hof oordeelt dat de vader op grond van artikel 1:261 lid 1 en Pro 2 BW niet bevoegd is tot het doen van een verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing, waardoor hij niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De zitting vond plaats op 10 april 2002, waarbij naast de vader ook de moeder, pleegouders, Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig waren. De voormalige echtgenoot was niet verschenen. De kantonrechter had nog geen einduitspraak gedaan over het gezagsverzoek van de vader.
De beschikking van het hof bevestigt dat alleen de moeder het verzoek tot uithuisplaatsing kan doen en dat de vader geen rechtsmacht heeft om tegen deze beslissing in hoger beroep te gaan.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.