ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2905
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- De Bruijn-Lückers
- Van Oldenborgh
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wijziging en draagkracht kinderalimentatie na beëindiging RWW-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder en de meerderjarige kind tegen een beschikking van de rechtbank inzake kinderalimentatie. De vader had verzocht om de alimentatie met terugwerkende kracht op nihil of een lager bedrag vast te stellen vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder het beëindigen van zijn RWW-uitkering en zijn faillissement. De moeder en het kind betwisten dat er sprake is van een rechtens relevante wijziging en stellen dat de vader voldoende draagkracht heeft.
Het hof oordeelt dat het beëindigen van de RWW-uitkering per 1 mei 1995 een rechtens relevante wijziging vormt die een herbeoordeling van de alimentatie rechtvaardigt. Desondanks acht het hof het niet aannemelijk dat de vader onvoldoende draagkracht heeft gehad om de alimentatie te betalen, mede omdat hij geen medische of andere bewijsstukken heeft overgelegd die een arbeidsbelemmering aantonen.
De rechtbank had destijds geen rekening gehouden met de RWW-uitkering, maar het hof stelt vast dat de vader in 1993 in staat was om de alimentatie te betalen. De achterstand in betalingen wordt op grond van redelijkheid en billijkheid vastgesteld op €4.537,80. De onderhoudsplicht van de vader is inmiddels beëindigd. Het hof vernietigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de vader voor het overige af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere beschikking, stelt de alimentatieachterstand vast op €4.537,80 en wijst het verzoek van de vader tot nihilstelling van de alimentatie af.