ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2900
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Kok
- De Bruijn-Lückers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijk recht bij echtscheiding met nevenvoorzieningen tussen Nederlandse echtgenoten woonachtig in België
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage inzake echtscheiding met nevenvoorzieningen tussen twee Nederlandse echtgenoten die in België wonen. De man verzocht vernietiging van de beschikking en stelde onder meer dat de Nederlandse rechter onbevoegd was en dat Belgisch recht van toepassing zou moeten zijn.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van art. 814 lid 1 sub a Rv Pro, omdat beide partijen Nederlander zijn en de zaak eerst in Nederland aanhangig is gemaakt. De eerdere procedure in België betrof slechts een verzoek tot opheffing van de samenwoonplicht en niet de echtscheiding zelf. De rechtbank te Tongeren verklaarde zich vervolgens onbevoegd.
Ten aanzien van het toepasselijke recht stelde het hof vast dat er geen sprake is van het ontbreken van een werkelijke maatschappelijke band met Nederland. De partijen hebben altijd in Nederland gewerkt, behouden de Nederlandse nationaliteit, en hebben gekozen voor Nederlands recht in hun huwelijkse voorwaarden. Daarom is Nederlands recht van toepassing op de echtscheiding en de alimentatie.
De man voerde aan dat de Belgische rechter bevoegd zou zijn voor de alimentatie, maar het hof verwierp dit omdat het alimentatieverzoek een nevenverzoek bij de echtscheiding is en de Nederlandse rechter daarom ook bevoegd is. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep van de man af.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing op de echtscheiding en alimentatie; het hoger beroep van de man wordt afgewezen.