ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2898
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Dusamos
- Van Oldenborgh
- Rechtspraak.nl
Toepassing van Marokkaans recht op huwelijksgoederenregime bij echtscheiding ondanks Nederlandse maatschappelijke band
De man en vrouw, gehuwd in 1984 in Marokko, zijn in geschil over het toepasselijke recht bij hun echtscheiding en de verdeling van hun huwelijksgoederen. De man stelt dat Marokkaans recht van toepassing is op zowel de echtscheiding als het huwelijksgoederenregime, omdat zij beiden Marokkaanse nationaliteit hadden bij het huwelijk en de maatschappelijke band met Nederland ontbreekt. De vrouw betwist dit en stelt dat Nederlands recht geldt vanwege haar langdurige verblijf en maatschappelijke integratie in Nederland.
De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken onder Nederlands recht, omdat de vrouw reeds voor 1984 in Nederland woonde en een werkelijke maatschappelijke band met Marokko ontbrak. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt dat het echtscheidingsverzoek beoordeeld moet worden naar het recht van de gewone verblijfplaats van de partijen, namelijk Nederland.
Ten aanzien van het huwelijksgoederenregime oordeelt het hof dat het Haags Huwelijksgoederenverdrag 1978 niet van toepassing is omdat het huwelijk vóór de inwerkingtreding van het verdrag is gesloten. Het hof past daarom het arrest Chelouche-Van Leer toe en bepaalt dat het recht van het land waarvan beide echtgenoten bij het huwelijk de nationaliteit hadden, hier Marokkaans recht, van toepassing is op het huwelijksgoederenregime.
De bestreden beschikking wordt vernietigd voor zover Nederlands recht op het huwelijksgoederenregime is toegepast en bekrachtigd voor zover de echtscheiding onder Nederlands recht is uitgesproken. Het hof beveelt de afwikkeling van het huwelijksvermogen volgens Marokkaans recht.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken onder Nederlands recht; huwelijksgoederenregime wordt geregeld volgens Marokkaans recht.