ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2878
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Labohm
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Verevening van pensioenrechten bij echtscheiding zonder uitdrukkelijke uitsluiting in huwelijkse voorwaarden
De man en vrouw zijn gehuwd in 1987 en hebben voorafgaand aan het huwelijk huwelijkse voorwaarden opgesteld. De man betwistte dat de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten verevend moeten worden, omdat volgens hem de huwelijkse voorwaarden een uitdrukkelijke afwijking bevatten en de pensioenpremies door zijn werkgever zijn betaald.
Het hof oordeelt dat de bepaling in de huwelijkse voorwaarden niet uitdrukkelijk de verevening van pensioenrechten uitsluit zoals vereist in artikel 11 van Pro de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvp). Het feit dat de pensioenpremies door de werkgever zijn voldaan, doet hieraan niet af.
Daarmee bevestigt het hof de bestreden beschikking van de rechtbank waarin is bepaald dat de pensioenrechten van de man verevend moeten worden. De bepaling in de huwelijkse voorwaarden was volgens het hof niet bedoeld om pensioenverevening uit te sluiten, maar juist om verrekening van premies tijdens het huwelijk uit te stellen tot het moment van ontbinding van het huwelijk.
De zaak is mondeling behandeld op 7 december 2001 en het hof bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover het oordeel van het hof betreft.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten van de man verevend moeten worden volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.