ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2486
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Labohm
- Hijmans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verlenging alimentatietermijn na echtscheiding
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek om verlenging van de alimentatietermijn van de man jegens haar werd afgewezen. De echtscheiding tussen partijen werd uitgesproken in december 1997, waarbij de man verplicht werd alimentatie te betalen tot 19 maart 2000. De vrouw stelde dat deze termijn onredelijk was en vroeg verlenging.
De man werkte tot 2000 als machinist en ontving daarna een bijstandsuitkering. Hij betaalde sinds september 1999 geen alimentatie meer aan de vrouw. De vrouw werkte als oproepkracht en had een netto inkomen van ƒ 1.700,- per maand. Zij stelde dat de man gemaakte afspraken over hypotheekaflossing niet nakwam, wat haar financiële situatie verslechterde.
Het hof oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat verlenging van de alimentatietermijn redelijk en billijk was. De vrouw had onvoldoende bewijs geleverd over de afspraken omtrent de hypotheekschuld en mogelijk was zij zelf verantwoordelijk voor schade aan de voormalige woning. De grieven van de vrouw faalden, zodat de beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot verlenging van de alimentatietermijn af.