ECLI:NL:GHSGR:2001:AO3530
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Schuering
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Verrekening van overgespaard inkomen en waardering aandelen bij echtscheiding
In deze zaak stond de verrekening van overgespaard inkomen en de waardering van aandelen centraal bij het einde van het huwelijk tussen partijen. De man en vrouw hadden huwelijkse voorwaarden waarin een jaarlijks verrekenbeding was opgenomen, maar dit was tijdens het huwelijk niet uitgevoerd. Het hof oordeelde dat dit verrekenbeding alsnog bij het einde van het huwelijk moet worden toegepast, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de waardestijging van aandelen en bespaard inkomen.
De man was enig aandeelhouder van een beheermaatschappij en ontving een beheersvergoeding die als inkomen werd gekwalificeerd. Daarnaast werd vastgesteld dat pensioenpremies en een levensverzekering als bespaard inkomen moeten worden meegenomen in de verrekening. De financiering van de aandelen in de besloten vennootschap was volledig gefinancierd met bespaard inkomen, waardoor de aandelen als gemeenschappelijke belegging worden beschouwd.
Het hof stelde dat bij de waardering van de aandelen rekening moet worden gehouden met onbelichaamde goodwill, maar niet met belichaamde goodwill tenzij deze wordt gerealiseerd. Tevens werd bevestigd dat de wettelijke regeling voor pensioenverevening prevaleert boven het verrekeningsbeding in de huwelijkse voorwaarden. De man werd verplicht medewerking te verlenen aan een correcte verrekening en pensioenafdracht. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bepaalt dat verrekening van overgespaard inkomen, waardestijging van aandelen en pensioenrechten alsnog moet plaatsvinden conform huwelijkse voorwaarden en wettelijke regels.