ECLI:NL:GHSGR:2001:AF0032
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Veldt- Meijer
- Aukes- De Vries
- van der Klooster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij kredietaanvraag
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam dat haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwees. Zij stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat zij niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van een substantieel deel van haar schulden.
Uit de stukken bleek dat verzoekster en haar ex-echtgenoot in circa 1990 een kredietovereenkomst sloten bij Credietmaatschappij De IJssel B.V. ter hoogte van fl. 38.477,07. Bij hun echtscheiding spraken zij af dat de ex-echtgenoot het krediet zou aflossen, maar deze afspraak was niet bindend voor de kredietverstrekker. Daarnaast had verzoekster een schuld wegens uitkeringsfraude aan de gemeente Heelvoetsluis van fl. 52.059,17, ontdekt in 1993/1994.
In 1998 vroeg verzoekster een nieuw krediet aan bij ABN Amro Bank N.V. van fl. 20.000, waarvan een deel werd gebruikt voor consumptieve uitgaven. Het hof oordeelde dat verzoekster onvoldoende terughoudend was geweest bij het aangaan van dit krediet, gezien haar bestaande schuldenlast en het feit dat zij niet wist of haar ex-echtgenoot het eerdere krediet had afgelost. Daarom was zij niet te goeder trouw en werd het bestreden vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot schuldsaneringsregeling afwijst wegens gebrek aan goede trouw bij het aangaan van het krediet.