ECLI:NL:GHSGR:2001:AE0319
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerritzen
- Stoker-Klein
- Teulings
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof veroordeelt verdachte tot 4,5 jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag met hakmes
Het gerechtshof 's-Gravenhage heeft op 23 mei 2001 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen verdachte, die werd beschuldigd van poging tot doodslag op een vrouw in een relationele context met gebruik van een hakmes. Het hof achtte bewezen dat verdachte een ernstige inbreuk maakte op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, die zwaar gewond raakte en wiens leven ernstig in gevaar was.
Psychiatrisch onderzoek door het Pieter Baan Centrum concludeerde dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens en een ernstige persoonlijkheidsstoornis gekenmerkt door een extreem laag zelfgevoel en angst voor verlating. Het recidivegevaar werd als groot ingeschat, met name bij relatiebreuken.
Hoewel gedragskundig terbeschikkingstelling met verpleging werd geadviseerd, achtte het hof dit niet uitvoerbaar vanwege de verblijfsstatus van verdachte en de onwaarschijnlijkheid van effectieve behandeling binnen de TBS-structuur. Daarom legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden op, met aftrek van voorarrest. Tevens werd aanbevolen dat verdachte in detentie wordt geplaatst op een begeleidingsafdeling met aandacht voor zijn problematiek.
Het inbeslaggenomen hakmes, gebruikt bij het delict, werd onttrokken aan het verkeer. Het hof baseerde zich op de artikelen 36b, 36c, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak weerspiegelt een zorgvuldige afweging van de ernst van het delict, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de mogelijkheden tot behandeling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 jaar en 6 maanden gevangenisstraf wegens poging tot doodslag zonder oplegging van TBS.