ECLI:NL:GHSGR:2001:AE0315
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Verburg
- Noordam
- Gerretsen-Visser
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging doodslag op echtgenote met mes in relationele sfeer
De verdachte heeft op 2 oktober 1999 te Rotterdam zijn echtgenote meermalen met een mes gestoken, onder meer in hals, buik en bovenlichaam, wat heeft geleid tot levensbedreigend letsel en ernstige hersenbeschadiging. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van poging tot doodslag, een ernstig geweldsdelict dat bovendien op klaarlichte dag en op een drukbezochte openbare plaats is gepleegd.
De verdediging voerde aan dat verdachte handelde vanuit een dissociatieve reactie, waardoor het feit hem niet of minder kan worden toegerekend. Diverse psychiatrische rapporten, waaronder van het Pieter Baan Centrum en forensische psychiaters, concludeerden echter dat geen sprake is van een ziekelijke stoornis die strafuitsluiting rechtvaardigt. Wel werd een passief-agressieve persoonlijkheidsstructuur vastgesteld, wat het hof meeneemt als verminderde toerekeningsvatbaarheid.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam en spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, maar verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen. Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de beperkte inzichtelijkheid bij verdachte, legt het hof een gevangenisstraf van vijf jaar op, waarbij voorarrest in mindering wordt gebracht. Een deels voorwaardelijke straf wordt afgewezen vanwege de ernst van het delict.
Het slachtoffer heeft langdurige fysieke en psychische gevolgen ondervonden, met een levensbedreigende situatie als gevolg van doorboorde hartkamer en leverletsel. Het hof benadrukt het schokkende karakter van het delict en de impact op de rechtsorde en het veiligheidsgevoel van de samenleving.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag op zijn echtgenote met een mes.