ECLI:NL:GHSGR:2001:AD4714
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Hehemann
- Pannekoek-Dubois
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek echtscheiding wegens niet tijdig overleggen betekeningsexploot
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die haar verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig overleggen van het betekeningsexploot binnen vier weken na inschrijving van het verzoekschrift. De rechtbank baseerde haar beslissing op een landelijk modelprocesreglement dat deze termijn voorschrijft en koppelt aan niet-ontvankelijkheid.
De vrouw betoogde dat de rechtbank de zaak niet zonder mondelinge behandeling had mogen afdoen en dat zij aan de wettelijke voorschriften had voldaan, met name artikel 816 Rv Pro. Het hof oordeelde dat het modelprocesreglement als beleidsregel geldt en dat de termijn van vier weken redelijk is en niet in strijd met de wet of algemene rechtsbeginselen. Tevens stelde het hof dat de rechtbank in dit geval wel een mondelinge behandeling had moeten gelasten omdat de verweertermijn nog niet was verstreken.
Uit de feiten bleek dat de vrouw het betekeningsexploot niet binnen de gestelde termijn ter griffie had overgelegd en ook geen klemmende redenen schriftelijk had gemeld. De vrouw kon niet aannemelijk maken waarom dit niet mogelijk was. Daarom was zij niet ontvankelijk in haar verzoek. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek tot echtscheiding wegens het niet tijdig overleggen van het betekeningsexploot.