ECLI:NL:GHSGR:2001:AB0612
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen belastingaanslagen wegens onvoldoende spoedeisend belang
Verzoeker kreeg voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd voor 1999 en 2000, gebaseerd op vermoedens van niet opgegeven inkomsten. Na aanhouding en huiszoeking werden diverse goederen in beslag genomen en een rapport opgesteld dat stelde dat verzoeker over andere inkomsten beschikte dan de bekende bijstand.
Verzoeker vroeg de president van het gerechtshof om een voorlopige voorziening om de aanslagen te verminderen of te schorsen en om inbeslaggenomen goederen terug te geven. Verweerder stelde primair onbevoegdheid en subsidiair afwijzing van het verzoek.
De president oordeelde dat niet was gebleken dat verzoeker de in beslag genomen auto, geld of telefoons noodzakelijk had voor zijn gezin of beroep, noch dat sprake was van onevenredig nadeel door de aanslagen. Ook achtte hij de gegevens in het rapport aannemelijk en vond hij onvoldoende bewijs dat verzoeker zijn uitgaven uit casinowinsten had gefinancierd.
Daarom was er geen sprake van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Het verzoek werd afgewezen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de belastingaanslagen en het beslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.