ECLI:NL:GHSGR:2001:AB0085
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Schuering
- Van den Wildenberg
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie en ouderlijk gezag na echtscheiding
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de vader en moeder over de hoogte van de kinderalimentatie en de verdeling van het ouderlijk gezag na hun echtscheiding. De rechtbank had eerder bepaald dat de vader alleen het ouderlijk gezag zou krijgen over twee kinderen en dat de alimentatie nihil zou zijn. De moeder verzocht om wijziging van het gezag en verhoging van de alimentatie.
Het hof beoordeelde de draagkracht van de vader, die samenwoont met zijn nieuwe gezin en een bruto maandinkomen heeft van ongeveer ƒ 4.145. De vader betoogde dat hij als alleenstaande moest worden aangemerkt, terwijl de moeder stelde dat zijn nieuwe gezin voorrang verdient. Het hof oordeelde dat rekening moet worden gehouden met de gezinsnorm (tariefgroep 3) en een draagkrachtpercentage van 45%.
Verder werd het bedrag aan omgangskosten door de vader op ƒ 95,- gesteld, maar het hof mat dit terug naar ƒ 25,- per maand. Met inachtneming van de lasten en het inkomen van de vader stelde het hof de kinderalimentatie voor drie minderjarige kinderen vast op ƒ 100,- per maand in totaal vanaf 29 oktober 1999 en op nihil vanaf 1 september 2000. De overige verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op ƒ 100,- per maand in totaal vanaf 29 oktober 1999 en nihil vanaf 1 september 2000, en wijzigt het ouderlijk gezag over één kind.