ECLI:NL:GHSGR:2001:AA9762
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Koning
- Reinking
- Davids
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in ontnemingszaak wegens schending auteurswet met oplegging betaling wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze ontnemingszaak is de veroordeelde in eerste aanleg veroordeeld wegens het meermalen handelen in strijd met artikel 31b juncto artikel 31a van de Auteurswet 1912. De rechtbank legde een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op, alsmede een betalingsverplichting van ƒ8.639,- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De veroordeelde stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof heeft het dossier en de pleidooien bestudeerd en oordeelt dat het vonnis van de rechtbank niet kan blijven bestaan. Het hof bevestigt dat de veroordeelde voordeel heeft verkregen uit de strafbare feiten en stelt het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op ƒ8.639,-.
Het hof wijst de vordering van het openbaar ministerie toe en legt de veroordeelde op dit bedrag aan de Staat te betalen. Tevens wordt bepaald dat bij het uitblijven van volledige betaling of verhaal vervangende hechtenis van negentig dagen zal worden toegepast, waarbij gedeeltelijke betaling de duur van de hechtenis niet verkort.
Het hof neemt ook kennis van de schuldsanering van de veroordeelde en overweegt dat deze regeling voldoende matiging biedt, zodat geen gebruik wordt gemaakt van de matigingsbevoegdheid. De vervangende hechtenis zal niet worden uitgevoerd zolang de schuldsanering naar behoren wordt nageleefd.
Uitkomst: Het hof legt de veroordeelde op ƒ8.639,- aan de Staat te betalen met vervangende hechtenis bij niet-betaling.