ECLI:NL:GHSGR:2000:BA5966
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.B.M. Borgart
- Van Nievelt
- Arpeau
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid exoneratieclausule en redelijkheid bij brandschade door dakdekker
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft na verwijzing door de Hoge Raad het hoger beroep behandeld tussen Nationale-Nederlanden Schadeverzekering en Mastum Dakbedekkingen Amsterdam B.V. Het geschil betreft de aansprakelijkheid voor brandschade veroorzaakt door toepassing van een gevaarlijke brandmethode in plaats van de overeengekomen koude kleefstofmethode.
Het hof bevestigt dat de algemene voorwaarden van Mastum, inclusief de exoneratieclausule, rechtsgeldig zijn overeengekomen met de gemeente. Mastum kan zich in beginsel beroepen op deze clausule, ook bij grove schuld van ondergeschikten zoals de onderaannemer. Echter, bij grove schuld van personen die met de leiding van Mastum zijn belast, kan het beroep op de clausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.
NN stelt dat Mastum leidinggevenden onvoldoende toezicht hebben gehouden en de contractuele verplichting tot toepassing van de koude kleefstofmethode hebben geschonden, waardoor de brand is ontstaan. Mastum betwist dit en wijst op instructies en gebruikelijk toezicht. Het hof acht bewijslevering noodzakelijk om vast te stellen of sprake is van zodanige grove schuld dat toepassing van de exoneratieclausule onaanvaardbaar is.
Daarom wordt NN toegelaten tot bewijslevering, waaronder getuigenverhoor, waarna het hof zal beslissen over de overige grieven en het geschil. De zaak wordt voorlopig geschorst tot na het bewijsverhoor.
Uitkomst: Het hof laat bewijslevering toe en schorst de zaak om te beoordelen of het beroep op de exoneratieclausule onaanvaardbaar is wegens grove schuld van leidinggevenden.