ECLI:NL:GHSGR:2000:AE6149
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij verkrijging vrij op naam
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd van ƒ 38.494,-- naar aanleiding van een verkrijging van een registergoed vrij op naam voor ƒ 21.519.530,--. De Inspecteur had de heffingsgrondslag vastgesteld door de koopsom te splitsen in een deel voor de onroerende zaak en een deel voor lasten van de verkoper, en vervolgens verminderd met de maatstaf van heffing van de vorige verkrijging.
Belanghebbende voerde aan dat de berekening onjuist was en dat de bruto verkoopprijs verminderd moest worden met de bruto maatstaf van de vorige verkrijging, of de netto verkoopprijs met de netto maatstaf. Tevens deed zij een beroep op de Toelichting op de Wet, paragraaf 23, onderdeel 5, maar het Hof oordeelde dat deze bepaling niet van toepassing was op dit geval.
Het Hof stelde vast dat bij een verkrijging vrij op naam de overdrachtsbelasting in de koopsom is begrepen en dat de tegenprestatie voor de onroerende zaak wordt bepaald door de belasting uit de koopsom te elimineren, met inachtneming van artikel 13 lid 1 van Pro de Wet. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. De uitspraak van 8 juni 2000 werd schriftelijk bevestigd op 23 augustus 2000 door mr. J.W. baron van Knobelsdorff.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en verklaart het beroep ongegrond.