ECLI:NL:GHSGR:2000:AD9637
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Wild
- Scholten-Hinloopen
- Van Bellen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot 15 jaar gevangenisstraf voor opzettelijke doodslag op echtgenote
In de nacht van 12 op 13 juni 1999 heeft de verdachte zijn echtgenote opzettelijk van het leven beroofd door haar meerdere malen met een hard en/of kantig voorwerp op het hoofd te slaan en haar de hals te omsnoeren. Het hof acht dit wettig en overtuigend bewezen op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder vezelonderzoek en getuigenverklaringen.
De verdachte voerde aan dat derden verantwoordelijk waren, maar dit verweer werd door het hof verworpen wegens gebrek aan bewijs. Het hof oordeelde dat de vezelonderzoekresultaten, hoewel op zichzelf niet doorslaggevend, in samenhang met andere bewijzen wel degelijk het bewijs ondersteunen dat de verdachte het slachtoffer in de achterbak van zijn auto heeft vervoerd.
De verdachte had een verleden van geweldsdelicten en liep ten tijde van het delict nog in de proeftijd van een eerdere veroordeling. Psychologische rapportages toonden geen stoornissen anders dan door cocaïnegebruik. Het hof achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend, waarbij de bescherming van de maatschappij voorop staat.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van vijftien jaar, waarbij de tijd in voorarrest wordt verrekend. Tevens werd de voorwaardelijke straf van acht maanden uit een eerdere veroordeling ten uitvoer gelegd.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf voor opzettelijke doodslag op zijn echtgenote.