ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0139
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Hehemann
- Koning
- Van den Wildenberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering dochters wegens vermeende geestelijke mishandeling door vader
Drie dochters, geboren tussen 1977 en 1980, vorderden van hun vader een vergoeding van immateriële en materiële schade wegens ernstige verwaarlozing en geestelijke mishandeling in hun jeugd. Zij stelden dat de vader zijn opvoedingsplicht had geschonden door onder meer het onthouden van aandacht, het negeren van hun vragen, het gebruik van krachttermen, willekeurige schuldtoewijzing, geweldsbedreigingen en het plotseling beëindigen van omgang.
De vader ontkende deze gedragingen. Het hof oordeelde dat, zelfs indien de stellingen van de dochters juist zouden zijn, de gedragingen niet onrechtmatig waren in de context van de opvoedingsrelatie. Het hof stelde vast dat de vader actief deelnam aan de opvoeding, onderhield contact en financieel bijdroeg na de scheiding.
Verder vond het hof onvoldoende bewijs voor geestelijk letsel dat aanspraak op schadevergoeding rechtvaardigt. Ook de materiële schade was onvoldoende gespecificeerd. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bevestigd en de kosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van de dochters tot vergoeding van immateriële en materiële schade wegens vermeende geestelijke mishandeling door hun vader wordt afgewezen.