ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0094
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Hehemann
- Schuering
- Pannekoek-Dubois
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen tussenbeschikking vaderschap
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een tussenbeschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zij werd opgedragen te bewijzen dat de huidige partner de biologische vader van haar kind is. Er zijn geen verweerschriften ingediend en de mondelinge behandeling is komen te vervallen omdat de moeder afzag van een zitting.
Het openbaar ministerie concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het hof oordeelde dat hoger beroep tegen een tussenbeschikking niet is toegestaan tenzij gelijktijdig met de einduitspraak of indien de rechter anders bepaalt. De mededeling onderaan de beschikking dat hoger beroep mogelijk is, geldt niet als een rechterlijke beslissing in de zin van de wet.
Daarom verklaarde het hof de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. De beschikking werd uitgesproken door de raadsheren Hehemann, Schuering en Pannekoek-Dubois op 15 november 2000.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de tussenbeschikking.