ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0093
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Hehemann
- Koning
- De Bruijn-Lückers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkrachtberekening vader
De moeder, die een bijstandsuitkering ontvangt en de zorg heeft voor het minderjarige kind, vordert dat de vader kinderalimentatie betaalt. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op 50 gulden per maand met ingang van september 1998, maar de moeder ging hiertegen in hoger beroep en eiste 350 gulden per maand.
De vader betwist de draagkrachtberekening van de rechtbank en stelt dat een draagkrachtpercentage van 45% passend is, gebaseerd op de bijstandsnorm voor een éénoudergezin. Het hof beoordeelt dat de vader als alleenstaande moet worden aangemerkt, omdat hij samenwoont met een verdienende partner die in haar eigen levensonderhoud voorziet. Het hof verhoogt het draagkrachtloze inkomen met een deel van het verschil tussen de alleenstaandennorm en de alleenstaande oudernorm en hanteert een draagkrachtpercentage van 50%.
Verder acht het hof de woonlasten van de vader niet bovenmatig en houdt het rekening met een bedrag van 750 gulden per maand aan woonlasten. Op basis hiervan bepaalt het hof dat de vader kinderalimentatie kan betalen van 250 gulden per maand. De ingangsdatum van de alimentatie wordt vastgesteld op 1 juli 2000, waarbij tot die datum wordt uitgegaan van het reeds betaalde bedrag.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en wijst het incidentele appel van de vader af. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op 250 gulden per maand met ingang van 1 juli 2000.