ECLI:NL:GHSGR:2000:AA9916
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Schuering
- Van den Wildenberg
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vaststelling toepasselijk recht en vaderschap bij kinderalimentatie
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking waarin hij werd verplicht alimentatie te betalen voor het tweede kind van de moeder. De moeder woont met de kinderen in Australië, terwijl de man in Nederland woont. Het hof oordeelt dat, aangezien Australië geen partij is bij de relevante Haagse verdragsovereenkomsten, het recht van de gewone verblijfplaats van het kind, namelijk het Australische recht, van toepassing is.
De man ontkent het vaderschap van het tweede kind en stelt dat hij geen gemeenschap met de moeder heeft gehad in het conceptietijdvak. Het hof overweegt dat op grond van het Australische Family Law Act een wettelijk vermoeden bestaat dat de man de verwekker is, omdat hij met de moeder heeft samengeleefd tot minder dan tien maanden voor de geboorte van het kind.
Het hof geeft de man de gelegenheid om middels bloedonderzoek te bewijzen dat hij niet de vader is van het kind en houdt de zaak aan tot de resultaten hiervan bekend zijn. De man draagt voorlopig de kosten van het onderzoek. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 30 december 2000.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor bloedonderzoek om het vaderschap vast te stellen en stelt vast dat Australisch recht van toepassing is.