ECLI:NL:GHSGR:2000:AA8923
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Von Brucken Fock
- Oosterhof
- Stoker-Klein
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak in complexe strafzaak
Verzoeker werd vrijgesproken van de hem tenlastegelegde feiten bij arrest van 30 juni 2000. Vervolgens verzocht hij het hof om vergoeding van kosten rechtsbijstand op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering, begroot op 585.659,98 gulden.
Het hof oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend en dat op grond van billijkheid gronden aanwezig waren om de kosten toe te kennen. De bijzondere omvang, complexiteit en lange duur van het strafproces, mede veroorzaakt door afhankelijkheid van een andere strafzaak, waren hierbij doorslaggevend.
Het hof wees erop dat een beperking van de vergoeding niet aan de orde was, ondanks dat sommige verweren van verzoeker slechts deels gehonoreerd werden. Tevens werd benadrukt dat het beperken van noodzakelijke kosten van rechtsbijstand de verdedigingsmogelijkheden zou beknotten, wat strijdig is met het recht op een eerlijk proces zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro.
De kosten van het verzoekschrift zelf werden vastgesteld op 1.175 gulden inclusief BTW. De totale vergoeding van 586.834,98 gulden werd toegekend en ten laste van de Staat der Nederlanden betaald.
Uitkomst: Verzoeker krijgt volledige vergoeding van kosten rechtsbijstand van 586.834,98 gulden toegekend na vrijspraak.