ECLI:NL:GHSGR:2000:AA8653
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen belastingaanslag en beslaglegging
Verzoeker, een belastingadviseur die na faillissement van zijn Engelse Limited een eenmanszaak begon, kreeg voor 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd van ƒ131.835, aanzienlijk hoger dan zijn aangifte van ƒ17.215.
Na een boekenonderzoek in 1999 bracht de Belastingdienst correcties aan op diverse posten, waaronder winstuitdelingen en meer inkomsten uit dienstbetrekking. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om onder meer beslagleggingen te stoppen en de aanslag te verminderen.
De president oordeelde dat hij niet bevoegd was om te beslissen over beslagleggingen en uitstel van betaling. De aanslag werd niet onmiskenbaar lichtvaardig of onrechtmatig geacht, mede omdat de meeste correcties voldoende waren onderbouwd en verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat bepaalde kosten zakelijk waren.
De voorlopige toetsing was marginaal vanwege de lopende bezwaarprocedure. Gezien het ontbreken van een onrechtmatig besluit wees de president het verzoek af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de aanslag en beslaglegging wordt afgewezen wegens onvoldoende onmiskenbare onrechtmatigheid.