ECLI:NL:GHSGR:2000:AA8233

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
7 november 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2200140900
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schellen
  • Aler
  • Huijgen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22b SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens openlijk geweld buiten discotheek met opgelegde taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

In deze zaak stond verdachte terecht wegens openlijk geweld buiten de discotheek Baja Beach Club te Rotterdam. De verdachte gaf een schop aan het slachtoffer terwijl deze op de grond lag, nadat een vriend van verdachte het slachtoffer had neergeslagen. Het slachtoffer liep letsel op en ondervindt mogelijk langdurige psychische gevolgen.

Het hof stelde vast dat het gepleegde geweld ernstige maatschappelijke gevolgen heeft, zoals gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De door de advocaat-generaal gevorderde straf was een gevangenisstraf van zes weken, waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof vond deze straf onvoldoende en legde een zwaardere straf op.

Uiteindelijk veroordeelde het hof de verdachte tot het verrichten van 80 uur onbetaalde arbeid ten algemenen nutte, ter vervanging van zes weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf, en tot een gevangenisstraf van zes weken waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De taakstraf moet binnen zes maanden na aanvang voltooid zijn. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 80 uur onbetaalde arbeid en zes weken gevangenisstraf waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

rolnummer _ 2200140900
d parketnummer 1004300299
datum uitspraak 7 november 2000
tegenspraak
GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE
meervoudige kamer voor strafzaken
ARREST
.gewezen op het hoger beroep, ingesteld door de verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 2 maart 2000 in de strafzaak tegen
X,
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 24 oktober 2000.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie is gevoegd in dit arrest.
rolnummer - 2200140900 4
Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Het betreft hier openlijk geweld op straat buiten de discotheek Baja Beach Club te Rotterdam. Een vriend van verdachte heeft het slachtoffer neergeslagen nadat het slachtoffer op hem af was komen rennen. Verdachte die dit zag gebeuren is naar de plek toegerend en heeft vervolgens het slachtoffer -terwijl deze op de grond lag- een schop gegeven. Het slachtoffer heeft hier letsel aan over gehouden. Voorts moet het voor het slachtoffer
. een uiterst beangstigende en schokkende ervaring zijn geweest, te verwachten valt dat hij nog geruime tijd psychische gevolgen zal ondervinden van hetgeen hem is overkomen. Grove geweldsdelicten op de openbare weg dragen bovendien bij tot gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving.
De in hoger beroep gevorderde straf (te weten een gevangenisstraf voor de duur van zes weken waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar) doet onvoldoende recht aan de door het hof in ogenschouw genomen omstandigheden, daarbij mede gelet op de door de Landelijke Commissie Straftoemeting van de NVvR voor dit soort delicten geadviseerde richtlijnen. Het is op deze grond dat het hof een zwaardere straf zal opleggen dan door de advocaat-generaal is gevorderd.
Het hof is van oordeel dat in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van twaalf weken, waarvan zes weken voorwaardelijk, gerechtvaardigd is, daarbij rekening houdend met het feit dat verdachte geen gewelddadige antecedenten heeft. Het hof zal de verdachte echter in plaats van het overwogen onvoorwaardelijk gedeelte van de gevangenisstraf overeenkomstig zijn aanbod en met zijn instemming het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 80 uren opleggen. De onbetaalde arbeid zal moeten worden verricht in het kader van ondersteunende c.q. onderhoudswerkzaamheden, nader vast te stellen in overleg met de desbetreffende dienstverleningscoördinator en afgestemd op de mogelijkheden van de verdachte en de beschikbaar staande projecten. Het is het hof bekend dat de verdachte binnen het arrondissement van zijn woonplaats die arbeid binnen na te noemen termijn kan verrichten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
-Het hof
Vernietigt het vonnis.waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
rolnummer 2200140900 5
Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van
TACHTIG UREN,
welke straf in de plaats treedt van het onvoorwaardelijk deel, te weten zes weken, van de overwogen gevangenisstraf.
Bepaalt dat deze arbeid uiterlijk binnen vier maanden na het onherroepelijk worden van dit arrest moet aanvangen en dat die arbeid binnen zes maanden na gemeld tijdstip van aanvang zal zijn voltooid.
Veroordeelt de verdachte tevens tot een gevangenisstraf voor de duur van
ZES WEKEN.
Beveelt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van TWEE JAAR aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schellen, Aler en Huijgen, in bijzijn van de griffier mr. Van den Broek. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 november 2000. Mr. Huijgen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.