ECLI:NL:GHSGR:1999:AB0949
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Schuering
- Wigleven
- Zeven-Postma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake tijdelijke schorsing ouderlijk gezag wegens weigering bloedtransfusie bij pasgeborene
De ouders, Jehova's getuigen, weigerden toestemming te geven voor een bloedtransfusie bij hun pasgeboren zoon met een congenitale hernia diafragmatica. Het medisch team achtte een bloedtransfusie noodzakelijk en verzocht de Raad voor de Kinderbescherming om een spoedeisende maatregel. De kinderrechter schorste het ouderlijk gezag tijdelijk en droeg de voorlopige voogdij over aan Jeugdzorg.
In hoger beroep voerden de ouders aan dat zij niet tijdig waren gehoord en dat er geen dringende noodzaak was voor de maatregel. Het hof oordeelde dat er wel degelijk sprake was van een levensbedreigende situatie die onmiddellijke bescherming vereiste, waardoor het verzoek tot schorsing terecht was. Het hof vond dat de medische argumenten tegen het gebruik van EPO als alternatief voor bloedtransfusie niet overtuigend waren.
Het hof overwoog verder dat de maatregel noodzakelijk was van 19 juni tot 18 juli 1998, waarna het belang van de maatregel verviel omdat het kind weer bij de ouders was. De beschikking van 28 juli 1998 werd vernietigd omdat deze niet was aangevraagd. Het beroep op het recht op gezinsleven en godsdienstvrijheid werd verworpen vanwege de bescherming van de gezondheid van het kind.
De bestreden beschikking werd dus bekrachtigd voor de periode van 19 juni tot 18 juli 1998 en vernietigd voor de periode daarna. Het hoger beroep werd verder afgewezen.
Uitkomst: De tijdelijke schorsing van het ouderlijk gezag werd bekrachtigd voor de periode 19 juni tot 18 juli 1998, latere beschikkingen werden vernietigd.