ECLI:NL:GHSGR:1999:AB0442
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Hehemann
- Wigleven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering erkenning adoptie meerderjarige kinderen in Nederland
De zaak betreft een verzoek tot erkenning in Nederland van een adoptieakte uit België waarbij een vrouw haar stiefkinderen, inmiddels meerderjarig, heeft geadopteerd. De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat adoptie van meerderjarigen niet is toegestaan volgens de Nederlandse wet en dit in strijd zou zijn met de openbare orde.
De verzoekers gingen in hoger beroep en stelden onder meer dat het verbod op erkenning in strijd was met artikel 8 (recht op respect voor privé- en gezinsleven) en artikel 14 (verbod op discriminatie) van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het Openbaar Ministerie betoogde dat natuurlijke afstammingsrelaties een zwaarwegend maatschappelijk belang vertegenwoordigen en dat het wetsartikel 1:228 BW, dat minderjarigheid als voorwaarde stelt voor adoptie, de bescherming van het kind beoogt.
Het hof oordeelde dat artikel 8 EVRM Pro geen recht op adoptie omvat en dat het verbod op adoptie van meerderjarigen niet als inmenging in het gezinsleven valt. Tevens werd geoordeeld dat erkenning van een buitenlandse adoptie van meerderjarigen in strijd is met de Nederlandse openbare orde, tenzij de Nederlandse wettelijke eisen grotendeels zijn vervuld. Artikel 14 EVRM Pro was niet van toepassing omdat het alleen betrekking heeft op de toepassing van andere bepalingen van het verdrag.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd, waarmee de erkenning van de adoptie in Nederland werd geweigerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot erkenning van de adoptie van meerderjarige kinderen af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.