ECLI:NL:GHSGR:1999:AA5680
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T. Sanders
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijk geschil over aftrekposten en schadevergoeding na beëindiging arbeidsovereenkomst notaris
Belanghebbende, een jurist en kandidaat-notaris, was van 1972 tot medio 1992 werkzaam bij notaris C, die in opspraak raakte vanwege onregelmatigheden. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst ontving belanghebbende een schadevergoeding via een dading met de maatschap van notarissen.
De Inspecteur legde een ambtshalve aanslag inkomstenbelasting op voor 1993 met een belastbaar inkomen van 400.000 gulden, vermeerderd met een boete wegens te late aangifte. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep tegen de aanslag, waarbij onder meer de aftrek van rente eigen woning, giften, studiekosten van zijn echtgenote en de fiscale kwalificatie van de schadevergoeding centraal stonden.
Het hof oordeelde dat een deel van de schadevergoeding (100.000 gulden) terecht als immateriële schadevergoeding kon worden aangemerkt en niet als loon uit dienstbetrekking. Verder werd een deel van de aftrekposten toegewezen, maar de boete wegens te late aangifte bleef in stand. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van 299.193 gulden, met toepassing van het bijzondere tarief op een deel daarvan.
Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van belanghebbende. De uitspraak bevestigt de fiscale behandeling van immateriële schadevergoedingen en de toepassing van aftrekposten binnen de inkomstenbelasting.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting werd verminderd tot een belastbaar inkomen van 299.193 gulden met handhaving van de boete en vergoeding van griffierecht en proceskosten.