ECLI:NL:GHSGR:1997:AA4392
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1994 ondanks betwisting buitengewone lastenaftrek
Belanghebbende, gehuwd en van Kaap Verdiëanse afkomst, ondersteunde in 1994 financieel zijn moeder en schoonouders met in totaal 8.000 gulden. Hij vorderde een hogere buitengewone lastenaftrek dan de door de Inspecteur toegepaste 1.800 gulden. Het geschil betrof de vraag of hij recht had op een hogere aftrek op grond van artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Tijdens de procedure bij het Gerechtshof 's-Gravenhage heeft belanghebbende zijn standpunt toegelicht en een pleitnota met bijlagen overgelegd. De Inspecteur handhaafde de aanslag en betwistte de hoogte van de aftrek, hoewel hij terugkwam op zijn aanvankelijke stelling dat de betalingen niet aannemelijk waren.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende inzicht had gegeven in de inkomens- en vermogenspositie van de ondersteunde personen, waardoor niet is aangetoond dat zij meer dan 2.600 gulden nodig hadden voor levensonderhoud. Ook wees het Hof het subsidiaire standpunt af dat het bedrag van 2.600 gulden per ondersteunde persoon zou gelden, omdat de resolutie slechts een bewijsrechtelijke tegemoetkoming betreft en niet een ruimere interpretatie toelaat.
Daarom verklaarde het Hof het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag. Tevens wees het Hof een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak is gedaan door raadsheer J.W. baron van Knobelsdorff op 20 juni 1997.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1994 en wijst het beroep af wegens onvoldoende bewijs voor hogere aftrek.