ECLI:NL:GHSGR:1997:AA4362
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. de Groot
- R.A. van Gorkum
- J.W. Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing voorziening wegens vermoedelijke oninbaarheid lening aan dochtervennootschap
Belanghebbende, een besloten vennootschap, vormde een voorziening wegens vermoedelijke oninbaarheid van een lening aan haar dochtervennootschap C B.V. De Inspecteur verwierp deze voorziening en verrekende het verlies met eerdere jaren. Belanghebbende ging hiertegen in beroep bij het gerechtshof.
Het geschil draaide om de vraag of de lening aan C B.V. als een zakelijke lening kon worden aangemerkt, of dat sprake was van een informele kapitaalverstrekking waarbij het risico van oninbaarheid aan belanghebbende toekwam. Het hof stelde dat formeel de civielrechtelijke vorm doorslaggevend is, tenzij sprake is van schijnlening, deelname aan de onderneming of duidelijkheid over oninbaarheid bij verstrekking.
Het hof oordeelde dat in dit geval de lening onder de derde uitzondering viel: belanghebbende moest bij verstrekking reeds weten dat een deel van de lening niet zou worden terugbetaald. Dit maakte de voorziening wegens oninbaarheid ongegrond. Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de Inspecteur en wees het beroep af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de afwijzing van de voorziening wegens vermoedelijke oninbaarheid van de lening aan C B.V.