ECLI:NL:GHSGR:1997:AA4143
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag over uitkeringen levensverzekeringen met lijfrenteclausule
De zaak betreft een beroep tegen een aanslag inkomstenbelasting over uitkeringen uit zes kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule, afgesloten door de vader van belanghebbende. Na het overlijden van de vader in 1991 ontvingen belanghebbende en zijn zus de uitkeringen, die door de Inspecteur tot het belastbare inkomen werden gerekend.
Belanghebbende voerde aan dat de verzekeringen niet voldeden aan het kans-op-nadeel-vereiste en dat de uitkeringen daarom niet belast mochten worden. Subsidiair stelde hij recht te hebben op aftrek van het successierecht dat over de uitkeringen was betaald. Het hof oordeelde dat de verzekeringen wel degelijk levensverzekeringen zijn in de zin van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf en dat de uitkeringen terecht tot het belastbare inkomen zijn gerekend.
Verder stelde het hof vast dat belanghebbende het successierecht niet in het belastingjaar 1991 had betaald, waardoor aftrek daarvan niet mogelijk was volgens artikel 38 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting en wijst het beroep van belanghebbende af.