ECLI:NL:GHSGR:1996:AA4499
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Ilsink
- J.T. Sanders
- J. Schuurman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing kosten van vervolging bij naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende, een BV die een groothandel in keukenmeubelen exploiteert, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd wegens niet gefactureerde omzet over 1989-1992. De aanslag werd direct invorderbaar verklaard vanwege vrees voor verduistering. Bij betekening van het dwangbevel ontbrak de vereiste rechtsmiddelverwijzing. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslag en tegen de in rekening gebrachte kosten van vervolging, maar werd door de ontvanger niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Het hof oordeelt dat belanghebbende weliswaar te laat, maar verschoonbaar in bezwaar is gekomen tegen de kosten van vervolging, zodat de niet-ontvankelijkverklaring onjuist was en moet worden vernietigd. De ontvanger heeft belanghebbende voldoende gelegenheid geboden om de belastingschuld te voldoen, zodat de kosten van vervolging terecht en in de juiste omvang zijn opgelegd. Het hof wijst de ontvanger aan om het griffierecht en proceskosten te vergoeden.
De uitspraak bevestigt dat de ontvanger de kosten van vervolging kan opleggen indien belanghebbende in gebreke blijft met betaling, ook als de aanslag direct invorderbaar is verklaard. Tevens benadrukt het hof het belang van correcte rechtsmiddelverwijzing bij dwangbevelsbetekening en de mogelijkheid tot verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen kosten van vervolging, handhaaft de kosten en veroordeelt de ontvanger tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.