ECLI:NL:GHSGR:1996:AA4485
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. de Groot
- E.M. Aukes-de Vries
- J.M. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Vermindering belastbaar inkomen wegens onjuiste waardering onroerende zaak en aftrek beroepskosten
Belanghebbende, een hoogleraar die in 1982 vanuit Duitsland naar Nederland verhuisde, kreeg voor 1991 een aanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 117.727. Na bezwaar werd dit verminderd tot ƒ 113.087. Het geschil betrof de waardering van zijn woning te Z, de aftrek van kosten voor markiezen aan zijn Duitse woning, en de aftrek van kosten voor het bezoek van buitenlandse wetenschappers.
De Inspecteur had de waarde van de woning te Z gesteld op ƒ 545.000, hoger dan de aankoopprijs van ƒ 450.000, mede vanwege nabijheid van brandstoftanks. Het hof oordeelde dat de vervuiling in 1991 niet aannemelijk bekend was en dat de hogere waarde niet gerechtvaardigd was, waardoor het belastbaar inkomen werd verminderd tot ƒ 110.950.
Verder wees het hof de aftrek van ƒ 7.410 voor markiezen af, omdat dit een wooncomfortverhogende uitgave betreft en geen onderhoudskosten. De uitgaven van ƒ 2.137 voor het bezoek van buitenlandse wetenschappers werden wel als beroepskosten erkend en aftrekbaar geacht.
Het hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van ƒ 887,50 en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak werd op 23 april 1996 in het openbaar gewezen.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen werd verminderd tot ƒ 110.950, aftrek van markiezenkosten werd afgewezen, consumptieve uitgaven voor buitenlandse wetenschappers werden erkend als beroepskosten, en de Inspecteur werd veroordeeld in proceskosten.