ECLI:NL:GHSGR:1995:AA4579
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Ilsink
- J.T. Sanders
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens afboeking regresvordering na faillissement broer
Belanghebbende en zijn broer waren tot 1986 partners in een aannemingsbedrijf. Na ontbinding van de vennootschap zette de broer de onderneming voort, terwijl belanghebbende een nieuwe, kleinere onderneming startte. In 1990 werd de broer failliet verklaard, waarbij een omzetbelastingschuld van de voormalige vennootschap nog deels openstond.
Belanghebbende werd op grond van artikel 18 WvK Pro aansprakelijk gesteld voor deze schuld en betaalde in 1991 een bedrag van ƒ55.000 aan de belastingdienst. Hij bracht deze betaling ten laste van zijn winst uit onderneming, maar de Inspecteur corrigeerde deze aftrekpost.
Het geschil betrof de vraag of de betaling een bedrijfslast was. Het hof oordeelde dat de oude schuld niet tot het vermogen van de nieuwe onderneming behoorde, maar dat de regresvordering op de broer wel tot het ondernemingsvermogen van belanghebbende hoorde. Door het faillissement bood de broer geen verhaal, waardoor de afboeking van de regresvordering een nagekomen bedrijfslast vormde. De aanslag werd daarom verminderd en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd door de betaling van ƒ55.000 als bedrijfslast te erkennen.