ECLI:NL:GHSGR:1995:AA4561
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Ilsink
- J.T. Sanders
- K. Rijks
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding dividendbelasting door vastgoedbeleggingsfonds wegens vrije verhandelbaarheid vastgoedfrakties
In deze zaak gaat het om het beroep van belanghebbende tegen de inhouding van dividendbelasting door het Vastgoedbeleggingsfonds A in juni 1993. Belanghebbende betwistte de inhouding en stelde dat de vastgoedfrakties niet vrij verhandelbaar waren, waardoor het fonds niet als fonds voor gemene rekening kon worden aangemerkt.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of voor de vervreemding van de vastgoedfrakties de toestemming van alle fraktiehouders vereist is. De statuten en voorwaarden van het fonds, waaronder artikel 4 van Pro de Voorwaarden van Beheer en Bewaring, regelden de overdracht van vastgoedfrakties. Hieruit bleek dat een fraktiehouder, na een aanbod aan medefraktiehouders, vrij is om frakties aan derden te verkopen zonder toestemming van alle fraktiehouders, mits tegen een minimumprijs.
Het hof oordeelde dat deze regeling impliceert dat de vastgoedfrakties vrij verhandelbaar zijn. Hierdoor kwalificeert het fonds als fonds voor gemene rekening volgens artikel 2 lid 2 Wet Pro VpB. De inhouding van dividendbelasting was daarom terecht en het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Het hof wees proceskostenveroordeling af en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. De uitspraak werd op 25 januari 1995 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige belastingkamer van het gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het vastgoedbeleggingsfonds een fonds voor gemene rekening is en dat de dividendbelasting terecht is ingehouden.