ECLI:NL:GHSGR:1995:AA4466
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. Krans
- B.W. Biemond
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Toepassing faciliteit aandelenruil bij echtscheiding en bedrijfsopvolging
Belanghebbende, enig aandeelhoudster van W B.V., was betrokken bij een echtscheiding waarbij de aandelen in de vennootschap verdeeld werden tussen de ex-echtgenoten. De man en vrouw waren beiden aandeelhouders en werknemers van de vennootschap. Na de echtscheiding was het plan om de aandelen te verdelen en vervolgens over te dragen aan een door de man op te richten vennootschap.
De Inspecteur weigerde toepassing van de faciliteit van artikel 40a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en artikel 8b van de Uitvoeringsregeling, omdat volgens hem geen sprake was van een reële bedrijfsopvolging. Het Hof oordeelde echter dat de voorgenomen aandelenruil voldeed aan de voorwaarden van de faciliteit en dat de eis van een reële bedrijfsopvolging niet in de wet of de relevante resolutie is terug te vinden.
Het Hof achtte de voorgenomen transacties zakelijk van aard en noodzakelijk voor de continuïteit van de onderneming, waarbij een alternatieve oplossing onredelijk duur zou zijn. Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de faciliteit van toepassing verklaard. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de voorgenomen aandelenruil valt onder de faciliteit van artikel 40a Wet IB en artikel 8b Uitvoeringsregeling.