ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7494
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg onderhoudsverplichting huurder in bedrijfsruimte en gevolgen dwangsom
Partijen zijn in geschil over de uitleg van een clausule in een huurovereenkomst die bepaalt dat het onderhoud van het gehuurde pand voor rekening van de huurder komt. De huurovereenkomst betreft een bedrijfsruimte die door appellant wordt gehuurd van geïntimeerde. In eerste aanleg is appellant veroordeeld tot nakoming van de onderhoudsverplichting onder verbeurte van een dwangsom.
Appellant stelt dat er geen sprake is van indeplaatsstelling en betwist dat hij een omvangrijke onderhoudsverplichting heeft aanvaard. Het hof stelt vast dat sprake is van een nieuwe huurovereenkomst en dat de algemene bepalingen van het contract een gedetailleerde regeling van onderhoud bevatten. De toegevoegde clausule is een containerbegrip en onduidelijk in omvang, waardoor het hof oordeelt dat zonder nadere concretisering geen dwangsom kan worden opgelegd.
Het hof constateert dat voorafgaand aan de huurovereenkomst geen beschrijving van de staat van het gehuurde is opgemaakt en dat het pand destijds al gebreken vertoonde. Het hof verwijst de zaak naar de rol om partijen in de gelegenheid te stellen te kiezen tussen nadere concretisering van de onderhoudsverplichting of een regeling via huurprijsaanpassing, waarna het hof zal beslissen over de verdere afwikkeling van het geschil.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van eerste aanleg en verwijst de zaak voor nadere concretisering van de onderhoudsverplichting zonder verbeurde dwangsommen.