ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7475
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot medewerking verkoop gemeenschappelijke woning na relatiebreuk
De man en vrouw, voormalige partners met vier minderjarige kinderen, waren gezamenlijk eigenaar van een woning waarin de vrouw en kinderen verbleven, terwijl de man elders woonruimte huurde en de hypotheeklasten betaalde. Na de relatiebreuk in april 2010 kwamen partijen overeen dat de man in plaats van kinderalimentatie de hypotheeklasten zou dragen. Geen van beiden kon de woning overnemen, en bij verkoop zou een restschuld ontstaan.
De man vorderde in kort geding dat de vrouw medewerking zou verlenen aan de verkoop van de woning. De voorzieningenrechter wees alle vorderingen af. In hoger beroep stelde de man zijn eis bij, waarbij hij niet langer het gebruik van de woning vorderde, maar wel onvoorwaardelijke medewerking aan verkoop.
Het hof oordeelde dat de vrouw niet aannemelijk had gemaakt dat zij de verkoop niet zou frustreren, ondanks haar bewering dat de onderwaarde een belemmering vormde en dat zij en de kinderen anders op straat zouden komen. Het belang van de man om van de hypotheeklasten verlost te worden, gelet op zijn draagkracht en het feit dat hij ook huur betaalt, weegt zwaarder. Daarom werd het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de vrouw veroordeeld tot medewerking aan de verkoop, met dwangsommen bij niet-naleving.
Uitkomst: Vrouw wordt veroordeeld tot onvoorwaardelijke medewerking aan verkoop van de woning om man te ontlasten van hypotheeklasten.