ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7443
Gerechtshof Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer wegens vermeende partijdigheid
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen raadsheer A.J. Rietveld, stellende dat zij niet onpartijdig zou zijn vanwege haar eerdere rol als officier van justitie en haar eerdere betrokkenheid bij een strafzaak tegen verzoeker met dezelfde buren als aangifters.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op basis van artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering en artikel 6 EVRM Pro, waarbij zowel subjectieve als objectieve aspecten van onpartijdigheid werden meegewogen. Uit onderzoek bleek dat Rietveld niet gelijktijdig als officier van justitie en raadsheer werkzaam was en dat haar eerdere beslissing in een strafzaak tegen verzoeker geen objectieve grond gaf voor partijdigheid.
De kamer concludeerde dat het enkele feit dat Rietveld eerder ten nadele van verzoeker had geoordeeld, geen reden was om haar onpartijdigheid in de huidige zaak te betwijfelen. De subjectieve vrees van verzoekers werd niet als objectief gerechtvaardigd beschouwd.
Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De advocaat-generaal maakte geen gebruik van het recht om te worden gehoord. De beslissing werd uitgesproken op 20 december 2012 door de wrakingskamer van het gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer Rietveld is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve gronden voor partijdigheid.