ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7441
Gerechtshof Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren Gerechtshof Leeuwarden
In de strafzaak met parketnummer 24-003166-08 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren van het Gerechtshof Leeuwarden, stellende dat er sprake zou zijn van vooringenomenheid. Het verzoek bevatte zeven gronden, waaronder kritische opmerkingen van de voorzitter, de gang van zaken rond het horen van een getuige, en vermeende tijdsdruk tijdens de zitting.
De wrakingskamer heeft elk van deze gronden afzonderlijk en in onderlinge samenhang beoordeeld. Uit het proces-verbaal en de schriftelijke stukken bleek dat de opmerkingen van de voorzitter feitelijk juist en niet onredelijk waren, dat het hof binnen zijn bevoegdheid handelde bij het horen van de getuige en het doorvragen over facturen, en dat er geen sprake was van tijdsdruk die de schijn van partijdigheid wekte.
Ook het uitstel van de beslissing op het preliminaire verweer werd als gebruikelijk en niet bevooroordeeld beoordeeld. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor vooringenomenheid of schijn daarvan bij de raadsheren.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd op 20 december 2012 uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit M.W. Zandbergen, J.H. Kuiper en W. Foppen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.